De politie draagt het dossier (proces-verbaal) van de verdachte over aan het Openbaar Ministerie. De Officier van Justitie beoordeelt het dossier en beslist of de verdachte voor de rechter wordt gebracht. Als het besluit is genomen ontvangen de gedupeerden daar bericht van. Indien wordt besloten de verdachte voor de rechter te brengen, dan ontvangen de gedupeerden een schrijven van het Openbaar Ministerie waarin zij worden verzocht voegingsformulieren in te vullen. Op deze formulieren kan worden aangegeven wat je schade is (hierin kun je ook een reŽel deel opnemen van de materiŽle kosten). Vaak staat in deze brief ook al wanneer de rechtszaak op de agenda van de rechtbank staat. Mocht de Officier van Justitie besluiten de verdachte niet te vervolgen, dan ontvangen de gedupeerden een brief dat besloten is de zaak te seponeren. Hiertegen is wel beroep mogelijk.

Als de rechter een uitspraak heeft gedaan, zal het Openbaar Ministerie de betrokkenen daarvan op de hoogte brengen. Hier kan echter wel enige tijd overheen gaan. Mocht de rechter de schadevergoeding hebben toegewezen, dan loopt dit veelal via het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). Het CJIB incasseert dan voor de gedupeerden de bedragen en zorgt dat dit wordt overgemaakt naar de betrokkenen. Vaak gebeurt dit in termijnen. Afhankelijk van de financiŽle positie van de dader wordt het maandbedrag bepaald. Het kan dus zijn dat hier veel tijd overheen gaat voordat het volledige bedrag is terugbetaald.